OVERDENKING 04-07-2023

WANDELEN IN GELOOF

Lezen: Genesis 6:9-22
Noach is niet de eerste in de bijbel van wie gezegd wordt dat hij wandelde met God. Dat is Henoch (Genesis 5:22 en 24).  Zo wordt dat van Noach gezegd in Genesis 6:9. En dat maakt het misschien gelijk wat duidelijker voor ons, ‘wandelen met God’ is ‘LEVEN IN VOLLEDIGE Verbondenheid met God’
Tegelijk laat die term wandelen wel iets zien. Wandelen is iets anders dan lopen. Ik vraag me af hoeveel wij eigenlijk nog wandelen. Wandelen doe je in de vakantie of op zondagmiddag. Van wandelen kan zelfs een apart evenement gemaakt worden . Lopen doe je met een doel. Je wilt ergens heen en je neemt de kortste route. Je loopt naar de bushalte. Als je loopt dan zie je wel waar je langsgaat, dat is niet zo belangrijk, en aan het einde kom je weer bij je vertrekpunt. Als je wandelt heb je veel meer oog voor je omgeving dan wanneer je loopt. Voor wandelen heb je tijd en rust nodig .
En tijd en rust hebben wij niet zoveel in ons leven. Wij rennen van hot naar her. Van wandelen komt vaak niet zoveel. Maar hoeveel komt er dan eigenlijk van leven in nauwe verbondenheid met God? Gelukkig zegt God in de bijbel: IK wil met jou wandelen. Ik wil in nauwe verbondenheid met jou leven. Zo zei God dat bijvoorbeeld tegen Abraham (Genesis 17:1). Maar zo zegt God dat ook tegen ons

1 Johannes 1:6-7: Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet. Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt on van alle zonde.

En het mooie is dat God ook met ons wandelt (Leviticus 26:12, 2 Korintiërs 6:16). Het mooie is dat God zich met ons wil verbinden. En ook nog eens heel nauw: God verbindt zich aan ons met hele grote en mooie beloften: dat Hij onze Vader wil zijn, dat Hij door Jezus onze zonden wil vergeven, dat Hij door zijn Geest ons weer liefde wil leren. Die beloften klonken bij je doop, maar je leest ze ook in de bijbel (o.a. Romeinen 8:15-17, Handelingen 2:38, 1 Korintiërs 6:19).

Dus God neemt het initiatief. Net als een vader die met zijn zoon aan de hand een wandeling maakt . Hij wandelt met ons en Hij zegt: wandel jij nou ook met Mij. Leef dichtbij Mij. Leef in verbondenheid met Mij. Elke dag. En God zegt dat , omdat Hij weet dat ons leven dan mooi wordt en richting krijgt en een doel. Je ziet het aan Henoch. Hij wandelde met God en hij hoefde niet te sterven: ‘aan zijn leven kwam een einde doordat God hem wegnam’ (Genesis 5:24).

Ik zeg niet dat wie met God wandelt niet hoeft te sterven maar het is wel zo dat Wie Leeft in Nauwe Verbondenheid met God het eeuwige leven ontvangt. Dat is het schitterende uitzicht tijdens deze wandeling.
Nu naar Noach. Hij wandelde met God. Maar hij was wel zo ongeveer de enige die dat deed in die tijd. Dat maakt het moeilijk: je ziet iedereen om je heen rennen en vliegen en hun eigen geluk najagen maar jij steekt tijd in het leven met God. En  jij doet wat God van je vraagt. Noach bouwde jaren en jaren aan de ark. Daarin stond hij alleen. En het vroeg een groot geloof van hem in God om vol te houden en door te gaan. Dat kunnen manieren zijn ,die meekomen in het wandelen met God. Ook voor ons . Dat je je alleen voelt staan en dat je je afvraagt hoe je het je leven lang volhoudt. Herkennen we iets van Noach in ons leven? Zijn volharding en beloften die Hij ontving van God . Lees psalm 25 vers 4

HEERE, maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.

Bij wandelen hoort een weg. Je wandelt altijd op een bepaald pad. En David lijkt dat als geen ander begrepen te hebben. In ieder geval, hij heeft het daar in meerdere Psalmen over, ook in Psalm 25 vers 4 die we net gelezen hebben.

Bij het ‘wandelen met God’ hoort ‘de weg van de Heer’. Dat is een weg die anders is dan allerlei andere wegen, een weg die ook ergens anders uitkomt. Hoe ziet die weg eruit? Daaraan kun je dan toch ook zien of jij wandelt met God. Of omgekeerd, als jij wilt wandelen met God . Daar mag je ook om bidden, om vragen. David zegt in vers 4: ‘Heer, maak mij met uw wegen vertrouwd, leer mij uw paden te gaan.’
Wat is de weg van de Here? In vers 5 van Psalm 25 noemt David de weg van de Here de weg van de waarheid.

Psalm 25:5: Leid mij in Uw waarheid en leer mij, want U bent de God van mijn heil; U verwacht ik de hele dag.

En hij verbindt dat met God die zijn Redder is. Gods weg is dus een uitweg! Vers 8en vers 10 . David zingt: God ‘wijst zondaars de weg’.

Goed en waarachtig is de HEERE, daarom onderwijst Hij zondaars in de weg. Alle paden van de HEERE zijn goedertierenheid en trouw voor wie Zijn verbond en Zijn getuigenissen in acht nemen.                  Psalm 25:8, 10.

Zonde is op de verkeerde weg zitten. Zonde is het doel missen. Verdwaald raken, ver bij God vandaan. Er zijn veel dwaalwegen maar er is maar één weg van God. Dat is de weg van verlossing en redding, van heling en herstel. Een weg waar God in zijn liefde mee komt, waar Hij in zijn trouw op wijst, een weg die Hij je wil leren te gaan.

Vers 10 zegt: ‘Liefde en trouw zijn de weg van de Heer, voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.’

Dat wil zeggen: verlossing en redding, heling en herstel komen voort uit Gods liefde en trouw. En op die weg ontdek je Gods liefde en trouw. God gaat een band met mensen aan, Hij verbindt zich met mensen .
En zo kan een Psalm als Psalm 119 de weg van de Here benoemen als ‘de weg van uw geboden’ (vers 32) en ‘de weg van uw wetten’ (vers 33).

Ik zal de weg van Uw geboden lopen, wanneer U mijn hart verruimd heb. HEERE, leer mij de van Uw verordeningen, en ik zal die in acht nemen tot het einde toe, Psalm 119:32, 33.

Wandelen met God, of leven in nauwe verbondenheid met God, betekent dat je doet wat God zegt. Dat je zijn aanwijzingen volgt. Omdat je gelooft dat die goed zijn. Omdat je gelooft dat die aanwijzingen je leven redden. Gehoorzaamheid is dus ook een aspect dat meekomt in het wandelen met God. Tegelijk kent wandelen met God de route van berouw en bekering wanneer het fout ging in je leven, de weg van vergeving en vernieuwing. Hoe vaak gebeurt het niet dat wij ‘van de weg raken’? Als je achterom kijkt in je leven dan zie je de wrakken toch links en rechts in de berm staan? Of soms nog dwars over de weg?
Ik vind het mooie van het beeld van het wandelen ook dat het laat zien dat geloven meer is dan in een etiket dat je op je leven plakt, of een setje overtuigingen dat je aanhangt. De christenen worden in het boek Handelingen aangeduid als ‘aanhangers van de Weg’ (9:2). Leven met God is volgens de bijbel -Oude en Nieuwe Testament- EEN BEWEGING. Een beweging waarin je stap voor stap de richting bepaalt samen met de WIL van God en de lessen uit zijn machtig woord die ons gegeven is ,om ons te vormen naar zijn beeld en leven naar een zuivere wandelen met Hem .Vandaag de dag stellen veel mensen doelen in hun leven, ze willen zelf de richting bepalen, daar en daar wil ik uitkomen.  Wordt het rennen en vliegen of wandelen? Wordt het klimmen voor eigen belang Wordt het lopen met je eigen doel voor ogen of wandelen met God en je laten verrassen door het uitzicht dat Hij biedt? Waar wil je eigenlijk uitkomen? Dat is een keus die je niet één keer maakt en daarna klaar, dit is een keuze die je telkens weer moet maken. En God wil met ons wandelen, Hij nam en neemt nog steeds het initiatief! Daar ben ik superblij mee, want anders zou het sowieso niets worden. Wat Hij nu van ons  vraagt is dat je je eigen wegen opgeeft. Leven in nauwe verbondenheid met God gaat niet samen met je eigen gang blijven gaan. David heeft dat door schade en schande geleerd in zijn leven. Dat is geen gemakkelijke weg. Maar in dat alles ontdek je wel: de weg van de Here is liefde en trouw! LEES LUCAS 6 vers 12 t/m
Daarvoor kijken we naar Jezus. Als er één ding opvalt in zijn leven dan is het zijn nauwe gebedscontact met zijn Vader. Het staat er vaak even heel kort in de evangeliën, het is vaak maar één vers, zoals ook in Lucas 6:12: ‘Hij trok zich terug om te bidden. De hele nacht bleef hij tot God bidden’.

Jezus bidt tot zijn Vader. Jezus is zelf God, maar Vader en Zoon zijn wel echt twee verschillende personen. Je kunt dus ook zeggen: Jezus wandelde met zijn Vader. Jezus nam het besluit de berg op te gaan om alleen en in alle rust te vertoeven in het bijzijn van zijn VADER. Hij leefde ook op aarde in nauwe verbondenheid met zijn Vader. En het gebed gaf Hem kracht. En het maakte Hem wijs. Een hele nacht bidt Jezus voordat Hij zijn leerlingen koos, koos Hij voor een  intensieve gebedsomgang met zijn Vader. Zo  Jezus Gods wegen kennen. De weg van Gods liefde en trouw. De weg van redding en herstel. En in dat intensieve gebedscontact leerde Jezus Gods wegen gaan. En zo ontdekt Jezus ook dat Hij zelf die weg is. Jezus is dé weg, de weg van God.

Johannes 14:6: Jezus zei tegen hem: IK ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Door geloof in Jezus zul je niet sterven en in eeuwigheid met Hem wandelen.

Gods rijke zegen,

Beppy Kruimel